Sluiten

Vertrouwenscijfers omhoog, maar harde data blijven achter

12 apr 2017

Het Amerikaanse consumentenvertrouwen steeg, terwijl in de eurozone het producentenvertrouwen in de lift zat. De harde economische cijfers geven echter een veel gematigder beeld te zien. In onze gemengde portefeuilles handhaven we onze neutrale positie in aandelen.

Regio’s

Vertrouwenscijfers VS en eurozone in de lift
De zogenoemde “soft data” over de wereldwijde economische activiteit bleven sterk in maart. Vooral cijfers over het consumentenvertrouwen in de Verenigde Staten en het producentenvertrouwen in de eurozone verbeterden verder. De harde economische data, zoals de consumentenuitgaven en de bedrijfsinvesteringen, gaven echter nauwelijks bevestiging voor een versnelling van de economische groei. Zo daalde het aantal verkochte auto’s in de VS tot het laagste niveau in twee jaar. De bedrijfsorders voor kapitaalgoederen lagen nog bijna 5% onder het gemiddelde niveau sinds 2012, ondanks aantrekkende olieprijzen en winstgevendheid.

Europese inflatie valt in maart sterk terug
In maart daalde de Europese inflatie op jaarbasis plotseling naar 1,5%, komend van 2,0% in februari. De inflatie lag daarmee onder de doelstelling van de ECB. De daling kwam hoofdzakelijk door lagere olieprijzen. Bovendien normaliseerden de voedselprijzen, na flinke stijgingen vanaf december. Onderliggend daalde de inflatie van 0,9% naar 0,7%. Dit was voornamelijk het gevolg van het feit dat Pasen vorig jaar in maart viel en nu in april. Rond Pasen stijgen de prijzen van vakanties normaliter zeer sterk.

Beleggingscategorieën

Onzekerheid over verdere monetaire maatregelen ECB
In maart was het rendement van de iBoxx Overall Index 0,5% negatief, waarmee de daling over het eerste kwartaal op 1,0% uitkwam. De rente op 10-jaars Duitse staatsobligaties steeg met 12 basispunten tot 0,33%. De Federal Reserve verhoogde de beleidsrente met 25 basispunten. Er was veel discussie over de kans dat de ECB een renteverhoging zou doorvoeren of de maandelijks op te kopen hoeveelheid obligaties zou verlagen. De 3-maands rente (EONIA) op de termijnmarkt steeg licht, terwijl de swapmarkt lagere verwachtingen over de toekomstige inflatie inprijsde. In Italië steeg de rente relatief sterk doordat euro-sceptische partijen stegen in de peilingen. Obligaties van opkomende markten presteerden relatief goed. Rusland en Brazilië zijn bezig met renteverlagingen, aangezien hun inflatiecijfers en wisselkoersen hier ruimte voor bieden en het economisch wat beter met beide landen gaat.

Aandelenmarkten eurozone eindelijk bovenaan
De aandelenmarkten stokten in maart na een langdurige rally vanaf de Amerikaanse verkiezingen in november 2016. De markt reageerde negatief toen Trump zijn plannen voor de Amerikaanse gezondheidssector introk. Het rendement in euro van de MSCI World Index voor aandelen bedroeg 0,4%, wat resulteerde in een rendement voor het eerste kwartaal van 4,9%. De eurozone was veruit de sterkste aandelenmarkt in maart, met een stijging van 5,4%. Positieve bijstellingen van zowel de economische groei in de regio als de winstverwachtingen voor beursgenoteerde ondernemingen zorgden voor de grootste impulsen. Verder haalden de aandelenmarkten opgelucht adem na de verkiezingsuitslag in Nederland. Opkomende markten presteerden relatief goed, mede omdat beleggers de berichten van de Fed interpreteerden als signaal voor minder snelle renteverhogingen. Voor de tweede keer in het eerste kwartaal bracht een Amerikaanse onderneming een bod uit op een Nederlands AEX-bedrijf. Na het bod van Kraft Heinz op Unilever, was het nu PPG dat een bod deed op Akzo Nobel.

Rust op valutamarkten
De valutamarkten hielden zich rustig, met slechts beperkte uitslagen en een impliciete (uit valutaopties blijkende) volatiliteit die op het laagste niveau in twee jaar lag. Het waren opnieuw de valuta’s van Mexico en Rusland die het sterkst apprecieerden.

Vooruitzichten economie

Minder gunstig beeld op langere termijn
De wereldeconomie stevent af op een aantal kwartalen met historisch gemiddelde groei, wat relatief goed is in vergelijking met de periode sinds de bankencrisis. Op de langere termijn zijn de vooruitzichten naar onze mening minder gunstig. Van de consumptie valt in dit gevorderde stadium van de conjunctuurcyclus geen extra impuls te verwachten, mede omdat consumenten geconfronteerd worden met stijgende prijzen. De plannen van Donald Trump lijken niet gunstig uit te pakken voor de consumptie. Een bijdrage van toenemende investeringen is kansrijker. Stimulerend monetair beleid zal naar onze verwachting plaatsmaken voor fiscale stimulering, maar er is toenemende onzekerheid over de effectiviteit van Trump. Na verkiezingen in diverse eurolanden verwachten we hier een grotere bijdrage van het begrotingsbeleid aan de economische groei. Regionaal verwachten wij vooral een bijdrage van het herstel in grondstoffen-exporterende opkomende landen. Het herstelpotentieel is hier groot.

Asset-allocatie

Wat is het niveau van de 10-jaars rente in een normaal scenario?
De 10-jaars rente op Nederlands staatspapier bedraagt momenteel 0,30%, wat historisch laag is. Hoe hoog zou de 10-jaars rente in een normaal scenario zijn? Een verwachting voor de 10-jaars rente kunnen we opbouwen uit een verwachting voor de gemiddelde “risicovrije” ECB-rente in de komende tien jaar en een verwachting voor de risicopremie. Voor de lange termijn rekenen we met een ECB-rente die naar de nominale economische groei tendeert. Deze schatten we - op basis van marktverwachtingen en onderzoek van grote multilaterale organisaties - op 3,1%. Verhoogt de ECB de beleidsrente in de komende tien jaar zeer gelijkmatig naar dit niveau, dan is de bijdrage van deze component gemiddeld 1,55%. De risicopremie bedraagt normaal rond 0,75%, maar is momenteel 0% vanwege de grote vraag naar obligaties van de ECB en het geringe vertrouwen in de economie. In een normaal rentescenario komt de 10-jaars rente volgens onze berekeningen uit op 2,30% (1,55% + 0,75%).

Handhaving onderweging obligaties
In onze gemengde portefeuilles blijven we onderwogen in obligaties tegenover liquiditeiten. Dit komt in de eerste plaats door de erg lage rente, waardoor we het verwachte rendement op obligaties niet aantrekkelijk vinden. Daarnaast vloeit de onderbouwing voor onze obligatiepositie vooral voort uit onze economische visie. We verwachten voor de komende kwartalen een verder aantrekkende inflatie en minder bereidwilligheid van de ECB als het gaat om economische stimulering. Na een half jaar van economische meevallers, bestaat er nu een toenemende kans op tegenvallers. Omdat daarnaast de aandelenwaarderingen wereldwijd verder zijn opgelopen, wegen we aandelen neutraal in onze gemengde portefeuilles.

Sluiten
Sluiten